Citaat | Hoge Raad 29 mei 2020
Onder 3.1.1 Hoge Raad 29 mei 2020
Een alinea uit Hoge Raad 29 mei 2020, ECLI:NL:HR:2020:984.
Onderdeel 1.2 van het middel richt onder meer een motiveringsklacht tegen het oordeel van het hof in rov. 3.11 dat de bestuurders geen verweer hebben gevoerd tegen het verwijt dat zij gelden hebben weggesluisd. In eerste aanleg en hoger beroep zijn over de besteding door [A en B] c.s. van de door [verweerster] betaalde bedragen door de bestuurders wel degelijk stellingen aangevoerd en uitgewerkt, aldus de klacht. In het verlengde hiervan klaagt onderdeel 1.3 onder meer erover dat het hof het verweer van de bestuurders niet kenbaar heeft betrokken bij zijn beoordeling van de persoonlijke aansprakelijkheid van de bestuurders in rov. 3.11. Omdat dit verweer relevant is voor de beantwoording van de vraag of is voldaan aan het vereiste dat de bestuurders een ernstig persoonlijk verwijt gemaakt kan worden, heeft het hof zijn oordeel onvoldoende gemotiveerd, aldus de klacht.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8a95cc72a53edf08ce63d1bb9adfb2e5cd110178a18e161a065dacf5e404fd3f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8a95cc72a53edf08ce63d1bb9adfb2e5cd110178a18e161a065dacf5e404fd3f, en de alinea staat in dat document op bytes 26866 tot 27760.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/8a95cc72a53edf08ce63d1bb9adfb2e5cd110178a18e161a065dacf5e404fd3f | shasum -a 256