Citaat | Hoge Raad 29 mei 2020
Onder 2.5.2 Hoge Raad 29 mei 2020
Een alinea uit Hoge Raad 29 mei 2020, ECLI:NL:HR:2020:991.
Voor het geval - in afwijking van de hiervoor weergegeven bewijslast(verdeling) - moet worden aangenomen dat belanghebbende niet alleen moet aantonen dat de auto hem niet al per 1 januari 2012 feitelijk in Nederland ter beschikking stond, maar ook aannemelijk moet maken dat de auto hem na 1 januari 2012 niet (meer) feitelijk ter beschikking stond, heeft het Hof onderzocht of belanghebbende dit bewijs heeft geleverd. Op basis van de door belanghebbende en zijn echtgenote afgelegde verklaringen heeft het Hof geoordeeld dat het niet belanghebbende was die vanaf 1 januari 2012 tot en met 14 december 2015 de feitelijke beschikkingsmacht over de auto heeft gehad. Het Hof is van oordeel dat - anders dan de Inspecteur stelde - het enkele feit dat de echtgenote van belanghebbende de auto op haar naam heeft staan en zij al langere tijd in de auto in Nederland rondreed, niet met zich brengt dat ook belanghebbende de auto ter beschikking heeft. De systematiek van de Wet gaat volgens het Hof ervan uit dat er slechts één houder per auto kan zijn. Mede omdat belanghebbende de beschikking had en heeft over een eigen auto met een Nederlands kenteken, acht het Hof geloofwaardig dat niet belanghebbende de auto vóór 15 december 2015 feitelijk tot zijn beschikking had.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e86d8739cf2e1845396c32142e44605fa3a5d8a07148b929589d5f372a6b709d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e86d8739cf2e1845396c32142e44605fa3a5d8a07148b929589d5f372a6b709d, en de alinea staat in dat document op bytes 8686 tot 9985.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/e86d8739cf2e1845396c32142e44605fa3a5d8a07148b929589d5f372a6b709d | shasum -a 256