Citaat | Hoge Raad 29 mei 2020

Onder 4.2.2 Hoge Raad 29 mei 2020

Een alinea uit Hoge Raad 29 mei 2020, ECLI:NL:HR:2020:991.

Het Hof heeft vervolgens terecht aangenomen dat het aan belanghebbende is om aannemelijk te maken dat de auto hem in een of meer van de tijdvakken, gelegen in de periode vanaf 1 januari 2012 tot en met 14 december 2015, niet in Nederland ter beschikking heeft gestaan. Voor degene die op grond van artikel 34, lid 1, van de Wet ter zake van een in het buitenland geregistreerd motorrijtuig in de heffing wordt betrokken, betekent artikel 34, lid 2, tweede volzin, van de Wet in samenhang gelezen met artikel 13, lid 2, en artikel 7, lid 1, aanhef en letter c, van de Wet dat hij de mogelijkheid krijgt aannemelijk te maken dat tijdens de betrokken periode het motorrijtuig hem niet een of meer tijdvakken feitelijk ter beschikking heeft gestaan. Anders dan het Hof heeft geoordeeld, rust dus niet op de inspecteur de last aannemelijk te maken dat vanaf de aanvang van het tijdvak een motorrijtuig telkenmale drie maanden aan belanghebbende feitelijk nog ter beschikking heeft gestaan.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e86d8739cf2e1845396c32142e44605fa3a5d8a07148b929589d5f372a6b709d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e86d8739cf2e1845396c32142e44605fa3a5d8a07148b929589d5f372a6b709d, en de alinea staat in dat document op bytes 12767 tot 13764.