Citaat | Hoge Raad 29 mei 2020

Onder 4.3.2 Hoge Raad 29 mei 2020

Een alinea uit Hoge Raad 29 mei 2020, ECLI:NL:HR:2020:991.

Motorrijtuigenbelasting wordt geheven van degene die bij de aanvang van een tijdvak het motorrijtuig houdt (artikel 6 van de Wet). Volgens artikel 7, lid 1, aanhef en letter c, van de Wet wordt een in het buitenland geregistreerd motorrijtuig gehouden door degene die dat motorrijtuig in Nederland feitelijk ter beschikking heeft. Deze omschrijving van houderschap noch de systematiek of een andere bepaling van de Wet sluit uit dat meer dan één persoon als houder van een in het buitenland geregistreerd motorrijtuig kan worden aangemerkt. Een in het buitenland geregistreerd motorrijtuig kan aan twee of meer personen in Nederland tegelijk feitelijk ter beschikking staan. In dat geval volstaat voor toepassing van artikel 6 van de Wet dat een van de houders ter zake van dat motorrijtuig de verschuldigde motorrijtuigenbelasting voldoet. De hiervoor in 2.5.2 weergegeven oordelen van het Hof geven blijk van een onjuiste rechtsopvatting. Omdat meer dan een persoon houder kan zijn van hetzelfde, in het buitenland geregistreerde motorrijtuig, had het Hof, ervan uitgaande dat in elk geval de echtgenote van belanghebbende houder van de auto was, vanwege het hiervoor bedoelde weerlegbare vermoeden van de duur van het houderschap moeten beoordelen of belanghebbende aannemelijk heeft gemaakt dat de auto in de desbetreffende tijdvakken hem niet mede ter beschikking stond.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e86d8739cf2e1845396c32142e44605fa3a5d8a07148b929589d5f372a6b709d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e86d8739cf2e1845396c32142e44605fa3a5d8a07148b929589d5f372a6b709d, en de alinea staat in dat document op bytes 14571 tot 15974.