Citaat | Hoge Raad 29 mei 2020

Onder 2.2.1 Hoge Raad 29 mei 2020

Een alinea uit Hoge Raad 29 mei 2020, ECLI:NL:HR:2020:994.

Bij de beoordeling van dat geschil heeft het Hof, met verwijzing naar de arresten van de Hoge Raad van 10 juni 2016, ECLI:NL:HR:2016:1129 en van 29 september 2017, ECLI:NL:HR:2017:2517 tot uitgangspunt genomen, samengevat, dat van het forfaitaire stelsel van box 3 niet kan worden gezegd dat het elke redelijke grond ontbeert, en dat stelsel slechts dan in strijd met artikel 1 EP zou komen indien komt vast te staan dat het destijds door de wetgever voor een lange reeks van jaren veronderstelde rendement van vier procent voor particuliere beleggers niet meer haalbaar is en belastingplichtigen, mede gelet op het toepasselijke tarief, worden geconfronteerd met een buitensporig zware last. Voor het aannemen van een inbreuk op artikel 1 EP is niet voldoende dat het rendement van een bepaalde bezitting structureel onder het (door de wetgever veronderstelde) rendement van vier procent blijft, aldus het Hof.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d6ff133843ca4ba76541149b6e449bd9d813ffefa64b4a77c166705bbd763596. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d6ff133843ca4ba76541149b6e449bd9d813ffefa64b4a77c166705bbd763596, en de alinea staat in dat document op bytes 7495 tot 8419.