Citaat | Hoge Raad 29 mei 2020
Onder 2.2.2 Hoge Raad 29 mei 2020
Een alinea uit Hoge Raad 29 mei 2020, ECLI:NL:HR:2020:994.
Het Hof heeft in het midden gelaten of zich in 2015 de situatie voordeed waarin gedurende een lange reeks van jaren een rendement van vier procent voor particuliere beleggers niet haalbaar was. Het Hof heeft getoetst of in het geval van belanghebbende sprake is van een individuele buitensporige last, hetgeen naar het oordeel van het Hof, met verwijzing naar de arresten van de Hoge Raad van 10 september 2010, ECLI:NL:HR:2010:BK3103 en van 17 maart 2017, ECLI:NL:HR:2017:442, alleen het geval kan zijn indien de last zich bij belanghebbende sterker laat voelen dan in het algemeen. De stelling van belanghebbende dat hij geen rendement op de woning heeft behaald omdat die slechts in afwachting van verkoop is aangehouden, heeft het Hof van de hand gewezen, overwegende dat belanghebbende het genot van de woning aan zijn ex-echtgenote heeft afgestaan, ter zake waarvan belanghebbende in het onderhavige jaar € 1.650 als persoonsgebonden aftrek op zijn inkomen in mindering heeft kunnen brengen. Reeds daarom kan naar het oordeel van het Hof de heffing van € 491 over het inkomen uit sparen en beleggen niet als een individuele en buitensporige last worden aangemerkt.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d6ff133843ca4ba76541149b6e449bd9d813ffefa64b4a77c166705bbd763596. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d6ff133843ca4ba76541149b6e449bd9d813ffefa64b4a77c166705bbd763596, en de alinea staat in dat document op bytes 8492 tot 9691.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/d6ff133843ca4ba76541149b6e449bd9d813ffefa64b4a77c166705bbd763596 | shasum -a 256