Citaat | Hoge Raad 2 februari 2021
Onder 4 Hoge Raad 2 februari 2021
Een alinea uit Hoge Raad 2 februari 2021, ECLI:NL:HR:2021:112.
Naar het oordeel van het hof moet voorts worden vastgesteld dat de vordering van de Staat niet als voorwaardelijke vordering in het faillissement van verzoeker is aangemeld en toegelaten. De Staat had wel de bevoegdheid om dat te doen, maar niet de verplichting, zo moet uit de tekst van eerdergenoemd artikel 94d, derde lid, Wetboek van strafvordering worden afgeleid. In de Aanwijzing Ontneming is kennelijk het beleid geformuleerd dat het Openbaar Ministerie in deze voor ogen staat.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/93433ffa71dee8d9dc4964db36bf61828de6504d278a37610110a6cbd5b10ce4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 93433ffa71dee8d9dc4964db36bf61828de6504d278a37610110a6cbd5b10ce4, en de alinea staat in dat document op bytes 16517 tot 17016.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/93433ffa71dee8d9dc4964db36bf61828de6504d278a37610110a6cbd5b10ce4 | shasum -a 256