Citaat | Hoge Raad 16 juli 2021

Onder 2.9 Hoge Raad 16 juli 2021

Een alinea uit Hoge Raad 16 juli 2021, ECLI:NL:HR:2021:1152.

Op 7 december 2009 zijn de toenmalige aandeelhouder [J] en de [X] -groep overeengekomen dat aan bepaalde werknemers van [J] en de [X] -groep onder een aantal opschortende voorwaarden een bonus wordt toegekend. Deze voorwaarden betroffen met name de verkoop van de [X] -groep door [J] vóór 31 januari 2014 en het nog in dienst zijn van die werknemers. Deze bonus is uit te betalen in twee gelijke delen, het eerste deel binnen tien werkdagen na een verkoop van de aandelen in de [X] -groep, het tweede deel een jaar later. De geselecteerde werknemers hebben een brief gekregen van de [X] -groep, gedagtekend 7 december 2009, waarin is bericht dat zij in aanmerking komen voor een bonus. Deze brief wordt gezien als de overeenkomst met de werknemer. In de brief aan de werknemer is vermeld dat de hiervoor bedoelde overeenkomst tussen [J] en de [X] -groep deel uitmaakt van de overeenkomst van de [X] -groep met de werknemer. Omdat belanghebbende met succes de [X] -groep heeft overgenomen, is aan de desbetreffende werknemers de bonus betaald. In haar aangifte voor de vennootschapsbelasting voor het jaar 2010/2011 heeft belanghebbende het eerste deel van de bonussen, een bedrag van € 3.330.000, ten laste van haar belastbare winst gebracht.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2efa3cff9d61d8596cdf620dda879a074a5b93d2030fb0aa858b6622b0922137. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2efa3cff9d61d8596cdf620dda879a074a5b93d2030fb0aa858b6622b0922137, en de alinea staat in dat document op bytes 15078 tot 16350.