Citaat | Hoge Raad 16 juli 2021

Onder 3.5 Hoge Raad 16 juli 2021

Een alinea uit Hoge Raad 16 juli 2021, ECLI:NL:HR:2021:1152.

Voorts heeft het Hof geoordeeld dat heffing over rente die belanghebbende heeft ontvangen op haar lening aan [I] niet in strijd is met het VWEU. Het Hof heeft in dat verband overwogen dat het verschil in behandeling tussen een lening van belanghebbende aan een gevoegde (Nederlandse) dochter en een lening van haar aan een (niet gevoegde) Duitse dochter gerechtvaardigd is uit hoofde van de noodzaak om de verdeling van heffingsbevoegdheden tussen staten te handhaven, indien het voordeel dat het consolidatieregime bewerkstelligt een specifiek aan dat regime verbonden voordeel is. Het buiten aanmerking laten van onderlinge vorderingen en schulden tussen moeder- en dochtermaatschappij is een gevolg dat specifiek is verbonden aan het consolidatieregime en dat door de zogenoemde per-element-benadering wordt gerespecteerd. Het bij belanghebbende in de heffing betrekken van de door [I] verschuldigde rente leidt daarom niet tot een verboden belemmering van de vrijheid van vestiging.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2efa3cff9d61d8596cdf620dda879a074a5b93d2030fb0aa858b6622b0922137. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2efa3cff9d61d8596cdf620dda879a074a5b93d2030fb0aa858b6622b0922137, en de alinea staat in dat document op bytes 23008 tot 24008.