Citaat | Hoge Raad 16 juli 2021
Onder 4.3.1 Hoge Raad 16 juli 2021
Een alinea uit Hoge Raad 16 juli 2021, ECLI:NL:HR:2021:1152.
Het eerste onderdeel van middel I houdt in dat het Hof ten onrechte, althans onvoldoende gemotiveerd, heeft geoordeeld dat de gehele rentelast ter zake van de convertible instruments met toepassing van fraus legis niet in aftrek komt. Het betoogt dat het Hof buiten de grenzen van het geschil is getreden doordat tussen partijen niet in geschil was dat de convertible instruments zijn aangewend voor de aankoop van de [X] -groep en voor de verstrekking van een lening aan [I] . Wat betreft dat laatste deel hebben de convertible instruments geen verband met enige besmette transactie in de zin van artikel 10a, lid 1, van de Wet. Het onderdeel betoogt verder dat de rente op het gedeelte van de convertible instruments dat is verschuldigd aan [D] niet met toepassing van fraus legis van aftrek kan worden uitgesloten. Artikel 10a van de Wet ziet immers niet op een lening die is verstrekt door een lichaam dat een belang van slechts 1,79 procent heeft in belanghebbende en dat bovendien ten opzichte van [K] en de FCPR’s fungeert als een volstrekte derde, aldus het middelonderdeel.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2efa3cff9d61d8596cdf620dda879a074a5b93d2030fb0aa858b6622b0922137. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2efa3cff9d61d8596cdf620dda879a074a5b93d2030fb0aa858b6622b0922137, en de alinea staat in dat document op bytes 37102 tot 38199.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/2efa3cff9d61d8596cdf620dda879a074a5b93d2030fb0aa858b6622b0922137 | shasum -a 256