Citaat | Hoge Raad 16 juli 2021
Onder 4.7.5 Hoge Raad 16 juli 2021
Een alinea uit Hoge Raad 16 juli 2021, ECLI:NL:HR:2021:1152.
Tot cassatie kan dit echter niet leiden. De hiervoor in 4.7.2 bedoelde vermogensopstelling van de BV moet worden opgemaakt met inachtneming van goed koopmansgebruik en naar de toestand van het vermogen direct na de ontvoeging. Die ontvoeging werd veroorzaakt door de levering van de aandelen in de BV aan belanghebbende (althans [C] ), welke levering tevens haar verplichting uit hoofde van de bonussen definitief deed ontstaan. Tot het vermogen van de BV direct na haar ontvoeging en daarmee tot het vermogen dat door de voeging van de BV met belanghebbende tot vermogen van belanghebbende werd, behoorde dus de verplichting ter zake van de bonussen. Bij de winstberekening van belanghebbende dient daarvan te worden uitgegaan. Dat betekent dat de last ter zake van de bonussen een last van [J] was en niet alsnog bij belanghebbende in aanmerking kan worden genomen. Toepassing van de foutenleer is niet aan de orde, aangezien het hier niet gaat om een breuk in de balanscontinuïteit bij de belastingplichtige. Middel III faalt dus ook.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2efa3cff9d61d8596cdf620dda879a074a5b93d2030fb0aa858b6622b0922137. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2efa3cff9d61d8596cdf620dda879a074a5b93d2030fb0aa858b6622b0922137, en de alinea staat in dat document op bytes 44195 tot 45247.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/2efa3cff9d61d8596cdf620dda879a074a5b93d2030fb0aa858b6622b0922137 | shasum -a 256