Citaat | Hoge Raad 7 september 2021

Onder 2.2.2 Hoge Raad 7 september 2021

Een alinea uit Hoge Raad 7 september 2021, ECLI:NL:HR:2021:1221.

Of in een concreet geval moet worden aangenomen dat sprake is van voorwaardelijk opzet op de dood zal, indien de verklaringen van de verdachte en/of bijvoorbeeld eventuele getuigenverklaringen geen inzicht geven omtrent hetgeen ten tijde van de gedraging in de verdachte is omgegaan, afhangen van de feitelijke omstandigheden van het geval. Daarbij zijn de aard van de gedraging en de omstandigheden waaronder deze is verricht, van belang. Bepaalde gedragingen kunnen naar hun uiterlijke verschijningsvorm worden aangemerkt als zo zeer gericht op een bepaald gevolg dat het - behoudens contra-indicaties - niet anders kan zijn dan dat de verdachte de aanmerkelijke kans op het desbetreffende gevolg heeft aanvaard.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/71625d5e1e6698e1e35fa9658c522dd2340132f8c0c9de3a61de0719062366ec. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 71625d5e1e6698e1e35fa9658c522dd2340132f8c0c9de3a61de0719062366ec, en de alinea staat in dat document op bytes 11748 tot 12476.