Citaat | Hoge Raad 7 september 2021
Onder 2.2.2 Hoge Raad 7 september 2021
Een alinea uit Hoge Raad 7 september 2021, ECLI:NL:HR:2021:1221.
Op enig moment is de verdachte de [b-straat] te [plaats] opgereden, waar hij met onverminderde snelheid tegen een auto is gebotst, die stilstond voor het rode stoplicht. Volgens de aangever [slachtoffer 2] reed de verdachte heel hard, kon de verdachte niet meer remmen en voelde hij een enorme klap aan de achterzijde van zijn auto. Vervolgens is de verdachte een stukje achteruit gereden en is hij over het fietspad / trottoir de auto van [slachtoffer 2] gepasseerd en daarna hard doorgereden de [a-straat] op. Volgens de bijrijder, [betrokkene 1], gaf de verdachte daarbij flink gas bij. De verdachte heeft hierover verklaard dat hij niet heeft opgelet en dat hij de auto die voor het rode verkeerslicht stond te wachten, alsmede het verkeerslicht zelf geheel over het hoofd heeft gezien. Na de botsing is hij in paniek geraakt en in die paniek is hij hard weggereden. Op de vraag ter zitting van het hof waarom hij in paniek is geraakt heeft de verdachte geantwoord dat hij dat niet weet. Op een vervolgvraag of dit mede te maken kan hebben gehad met het feit dat zijn rijbewijs ongeldig is verklaard en hij alcohol gedronken had, heeft hij geantwoord dat hij denkt dat dit er wel mee te maken had.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/71625d5e1e6698e1e35fa9658c522dd2340132f8c0c9de3a61de0719062366ec. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 71625d5e1e6698e1e35fa9658c522dd2340132f8c0c9de3a61de0719062366ec, en de alinea staat in dat document op bytes 19376 tot 20591.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/71625d5e1e6698e1e35fa9658c522dd2340132f8c0c9de3a61de0719062366ec | shasum -a 256