Citaat | Hoge Raad 5 oktober 2021
Onder 2.2.3 Hoge Raad 5 oktober 2021
Een alinea uit Hoge Raad 5 oktober 2021, ECLI:NL:HR:2021:1413.
Bovendien rijst nog de vraag, en daar rond ik mee af, of [verdachte] er überhaupt bij is geweest. Uit de verklaringen van [slachtoffer] is dat - zoals ik zojuist aangaf - niet af te leiden. In de kern genomen is het enkel [betrokkene 1] die dat beweert. Hier staat echter de ontkenning van [verdachte] zelf tegenover (p. 125). Het is dus haar verhaal tegen dat van hem en als we dan in ogenschouw nemen dat er tussen de betrokken personen klaarblijkelijk allerlei narigheid in het verleden heeft gespeeld en er allerlei motieven kunnen hebben gespeeld bij het afleggen van de verklaringen, die ook nog eens - ook voor wat betreft [betrokkene 1] - aan alle kanten rammelen, dan zie ik niet in waarom haar verklaring voorrang zou moeten krijgen boven die van mijn cliënt.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/10e7e26ca4b83af694dd4257b30aa1461b49379e31acb0c55ca2e11a982df1b6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 10e7e26ca4b83af694dd4257b30aa1461b49379e31acb0c55ca2e11a982df1b6, en de alinea staat in dat document op bytes 26629 tot 27413.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/10e7e26ca4b83af694dd4257b30aa1461b49379e31acb0c55ca2e11a982df1b6 | shasum -a 256