Citaat | Hoge Raad 29 januari 2021

Onder 3.2.1 Hoge Raad 29 januari 2021

Een alinea uit Hoge Raad 29 januari 2021, ECLI:NL:HR:2021:149.

De vraag of een accountant bij de uitoefening van een niet-wettelijke taak jegens een derde heeft gehandeld zoals een redelijk bekwaam en redelijk handelend vakgenoot betaamt, dient te worden beantwoord aan de hand van de omstandigheden van het geval. Daarbij moet mede acht worden geslagen op de functie van de accountant in het maatschappelijk verkeer. Indien de accountant gezien het belang dat een derde aan zijn rapportage zal hechten, ermee rekening moet houden dat die derde zijn gedrag mede door de inhoud van die rapportage laat bepalen, kan het nalaten maatregelen te treffen om te voorkomen dat die derde aan die rapportage ten onrechte of onjuiste betekenis toekent, in strijd zijn met hetgeen volgens ongeschreven recht in het maatschappelijk verkeer betaamt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/233ebec014ac05f9633082901cbb566e412835e257ed208ec4175cf8dcf83182. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 233ebec014ac05f9633082901cbb566e412835e257ed208ec4175cf8dcf83182, en de alinea staat in dat document op bytes 22391 tot 23176.