Citaat | Hoge Raad 10 december 2021
Onder 4.2.2 Hoge Raad 10 december 2021
Een alinea uit Hoge Raad 10 december 2021, ECLI:NL:HR:2021:1748.
Het Hof heeft bij zijn beoordeling van de rechtmatigheid van de aan belanghebbende in rekening gebrachte belastingrente in aanmerking genomen dat die rente over een veel kortere periode in rekening is gebracht dan voortvloeit uit de wet. De rente is ten onrechte op de voet van artikel 30fc, lid 3, AWR berekend over de periode van 1 juli 2015 tot en met 12 mei 2016 (19 weken na de datum van ontvangst van de aangifte). Uit artikel 30fc, lid 2, AWR, in samenhang gelezen met artikel 9, lid 1, Invorderingswet 1990, vloeit echter voort dat belastingrente zou moeten worden berekend tot 6 weken na dagtekening van het aanslagbiljet, dus tot 9 augustus 2017. Het gegeven dat aan belanghebbende over een zo veel kortere periode rente in rekening is gebracht dan uit de wet voortvloeit, brengt in dit geval mee dat aan haar al rechtsherstel is geboden voor een eventuele strijdigheid van het systeem van berekenen van belastingrente met artikel 1 EP, zoals door belanghebbende gesteld. Het Hof heeft daarom terecht geoordeeld dat de aan belanghebbende in rekening gebrachte belastingrente niet te hoog is. De klacht faalt.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e800bdcde189b143073253435f5eb542466121d08aaa5b1923fadaf8a6be5973. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e800bdcde189b143073253435f5eb542466121d08aaa5b1923fadaf8a6be5973, en de alinea staat in dat document op bytes 11393 tot 12525.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/e800bdcde189b143073253435f5eb542466121d08aaa5b1923fadaf8a6be5973 | shasum -a 256