Citaat | Hoge Raad 5 februari 2021

Onder 2.3 Hoge Raad 5 februari 2021

Een alinea uit Hoge Raad 5 februari 2021, ECLI:NL:HR:2021:178.

Aegon heeft haar brief van 1 november 2007 niet geadresseerd en verzonden aan [betrokkene 1] (als verzekeringnemer), maar aan mr. Reiziger in zijn hoedanigheid van curator in het faillissement van de praktijkvennootschap. De curator was niet bevoegd om als vertegenwoordiger van [betrokkene 1] (of diens echtgenote of [verweerders] ) mededelingen als de onderhavige van Aegon in ontvangst te nemen. Het argument dat Aegon de brief niet aan [betrokkene 1] zelf kon sturen in verband met zijn vermissing en enkel aan de curator overtuigt niet: niet valt in te zien waarom Aegon de brief niet aan het adres van [betrokkene 1] heeft kunnen sturen (vgl. art. 7:933 lid 1, tweede zin, BW). (rov. 4.8)

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ec8425aaec684a67c93a108fbf019e7cbd2d00e569184889e81db661b7d36a76. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ec8425aaec684a67c93a108fbf019e7cbd2d00e569184889e81db661b7d36a76, en de alinea staat in dat document op bytes 12217 tot 12935.