Citaat | Hoge Raad 9 februari 2021

Onder 2.2.2 Hoge Raad 9 februari 2021

Een alinea uit Hoge Raad 9 februari 2021, ECLI:NL:HR:2021:192.

[verdachte] krijgt bezoek van [betrokkene 4]. Het gesprek gaat aanvankelijk over [betrokkene 2] die op dat moment vast zit in verband met een zware mishandeling. [verdachte] zegt dat hij twee telefoontjes van [betrokkene 2] heeft liggen en vraagt of [betrokkene 4] die moet hebben. [betrokkene 4] zegt even niet want ik heb ook een klein probleempje gehad. [betrokkene 4] zegt dat ze achter hem aanreden met drie auto’s en even niks doet. [betrokkene 4] zegt dat andere mensen het ook hebben gezien en hij niet gek is. [betrokkene 4] zegt dat “ze” met drie auto’s waren, hij ergens bij mensen is geweest en “ze” hem waarschijnlijk van daaruit hebben gevolgd. [betrokkene 4] zegt dat hij maar 1 dag gevolgd is, even twee weken rustig aan doet en thuis alles opgeruimd heeft. [verdachte] zegt iets over aan de overkant wegleggen. [betrokkene 4] zegt dat hij ze morgen wel oppakt. [betrokkene 4] zegt dat hij handel heeft gedaan en dat het goed is gegaan, maar “ze” wel achter hem aan hebben gereden. [verdachte] zegt dat je op een gegeven moment toch wel in de gaten hebt dat ze je achtervolgen. [verdachte] zegt dat hij het zelf niet kan nalaten ’s morgens, altijd kijkt wat voor auto er staat, of er iemand in zit, of er iemand zit te kijken, even heen en weer loopt en zo eens links en rechts kijkt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b4c4ea47a77dd534ba5e903856f0e136e8ed2333246cf5521ea37315aa05fad8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b4c4ea47a77dd534ba5e903856f0e136e8ed2333246cf5521ea37315aa05fad8, en de alinea staat in dat document op bytes 17779 tot 19124.