Citaat | Hoge Raad 9 februari 2021
Onder 2.4.1 Hoge Raad 9 februari 2021
Een alinea uit Hoge Raad 9 februari 2021, ECLI:NL:HR:2021:197.
Bij de beoordeling van de vraag of de behandeling van de zaak binnen de redelijke termijn heeft plaatsgevonden, moet het tijdsverloop tijdens de eerste aanleg en dat tijdens het hoger beroep afzonderlijk worden beoordeeld. Daarbij geldt als uitgangspunt dat de behandeling van de zaak op de zitting dient te zijn afgerond met in eerste aanleg een einduitspraak binnen twee jaar nadat de op zijn redelijkheid te beoordelen termijn is aangevangen, en dat in de fase van het hoger beroep een einduitspraak wordt gedaan binnen twee jaar nadat het rechtsmiddel is ingesteld, tenzij sprake is van bijzondere omstandigheden. In gevallen waarin de verdachte in verband met de zaak in voorlopige hechtenis verkeert, en/of het strafrecht voor jeugdigen is toegepast, moet de zaak in eerste aanleg en in hoger beroep telkens binnen 16 maanden worden afgedaan, tenzij sprake is van bijzondere omstandigheden. (Vgl. HR 17 juni 2008, ECLI:NL:HR:2008:BD2578, rechtsoverwegingen 3.13 tot en met 3.16.)
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c8e22dcdf2c7453bd3c398bcbb2e9bfcd2203dec622d9cd5cede9fc3b3fbb0eb. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c8e22dcdf2c7453bd3c398bcbb2e9bfcd2203dec622d9cd5cede9fc3b3fbb0eb, en de alinea staat in dat document op bytes 10684 tot 11682.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/c8e22dcdf2c7453bd3c398bcbb2e9bfcd2203dec622d9cd5cede9fc3b3fbb0eb | shasum -a 256