Citaat | Hoge Raad 9 februari 2021
Onder 2.4.2 Hoge Raad 9 februari 2021
Een alinea uit Hoge Raad 9 februari 2021, ECLI:NL:HR:2021:197.
Indien wordt geoordeeld dat de redelijke termijn in eerste aanleg of in hoger beroep is overschreden, wordt die overschrijding in de regel gecompenseerd door strafvermindering. Maar het staat de rechter vrij – na afweging van alle daartoe in aanmerking te nemen belangen en omstandigheden, waaronder de mate van overschrijding van de redelijke termijn – te volstaan met het oordeel dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 lid 1 EVRM is overschreden (vgl. HR 17 juni 2008, ECLI:NL:HR:2008:BD2578, rechtsoverwegingen 3.21 en 3.23). Voor het volstaan met dat oordeel kan onder meer aanleiding bestaan als sprake is van een beperkte overschrijding van de redelijke termijn in eerste aanleg of in hoger beroep, en de berechting in feitelijke aanleg – dat wil zeggen: in eerste aanleg én in hoger beroep – is afgerond binnen het totaal van de voor elk van die procesfasen geldende termijnen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c8e22dcdf2c7453bd3c398bcbb2e9bfcd2203dec622d9cd5cede9fc3b3fbb0eb. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c8e22dcdf2c7453bd3c398bcbb2e9bfcd2203dec622d9cd5cede9fc3b3fbb0eb, en de alinea staat in dat document op bytes 11755 tot 12672.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/c8e22dcdf2c7453bd3c398bcbb2e9bfcd2203dec622d9cd5cede9fc3b3fbb0eb | shasum -a 256