Citaat | Hoge Raad 12 januari 2021

Onder 3.2.2 Hoge Raad 12 januari 2021

Een alinea uit Hoge Raad 12 januari 2021, ECLI:NL:HR:2021:2.

Het hof overweegt dat uit de jurisprudentie van de Hoge Raad volgt dat op grond van artikel 6 van het EVRM de verdediging aanspraak heeft op een behoorlijke en effectieve mogelijkheid om getuigen in enig stadium van het geding te (doen) ondervragen. De omstandigheid dat de verdediging, ondanks het nodige initiatief daartoe, geen gebruik heeft kunnen maken van die mogelijkheid, staat niet eraan in de weg dat een door een getuige afgelegde verklaring voor het bewijs wordt gebezigd, mits is voldaan aan de eisen van een eerlijk proces, in het bijzonder doordat de bewezenverklaring niet in beslissende mate op die verklaring wordt gebaseerd dan wel - indien de bewezenverklaring wel in beslissende mate op die verklaring wordt gebaseerd - het ontbreken van een behoorlijke en effectieve mogelijkheid om de desbetreffende getuige te ondervragen in voldoende mate wordt gecompenseerd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dad595667659435482b818439af6da0b13af5c3ecac7a5eae157fc800c2150fa. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dad595667659435482b818439af6da0b13af5c3ecac7a5eae157fc800c2150fa, en de alinea staat in dat document op bytes 18693 tot 19590.