Citaat | Hoge Raad 12 januari 2021

Onder 3.3.3 Hoge Raad 12 januari 2021

Een alinea uit Hoge Raad 12 januari 2021, ECLI:NL:HR:2021:2.

Het hof heeft vastgesteld dat de verdediging ten aanzien van de getuigen [medeverdachte 2] en [betrokkene 1] geen behoorlijke en effectieve mogelijkheid heeft gehad om hen te ondervragen. Het hof heeft de verklaringen van deze getuigen echter wel gebruikt voor het bewijs, en in dat verband geoordeeld dat de bewezenverklaring niet in een beslissende mate steunt op de verklaring van een getuige die de verdediging niet heeft kunnen ondervragen. Daartoe heeft het hof met betrekking tot de verklaringen van [medeverdachte 2] en [betrokkene 1] onder meer overwogen dat het “niet één, maar twee zelfstandige, belastende verklaringen [betreft], die elkaar over en weer ondersteunen”. Gelet op het voorgaande, geeft die overweging blijk van een onjuiste rechtsopvatting, nu daarin besloten ligt het oordeel van het hof dat het hiervoor bedoelde steunbewijs voor een verklaring van een getuige die door de verdediging niet kon worden ondervraagd, (mede) kan worden gevonden in een verklaring van een andere getuige die door de verdediging evenmin kon worden ondervraagd. Het cassatiemiddel is in zoverre terecht voorgesteld.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dad595667659435482b818439af6da0b13af5c3ecac7a5eae157fc800c2150fa. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dad595667659435482b818439af6da0b13af5c3ecac7a5eae157fc800c2150fa, en de alinea staat in dat document op bytes 26432 tot 27570.