Citaat | Hoge Raad 19 februari 2021

Onder 4.2.8 Hoge Raad 19 februari 2021

Een alinea uit Hoge Raad 19 februari 2021, ECLI:NL:HR:2021:274.

In cassatie is niet bestreden de vaststelling van het hof dat [eiser] in 2011 de feiten en omstandigheden heeft ontdekt rondom de gestelde dwalingsgrond dat het hiervoor in 2.1 onder (v) genoemde bod van [eiser] is gefrustreerd. [eiser] heeft in hoger beroep gesteld dat hij ASR in 2014 heeft aangemaand in de zin van art. 3:317 BW; het hof heeft de juistheid van die stelling in het midden gelaten. Na verwijzing kan aan de orde komen op welk moment in 2011 [eiser] de feiten en omstandigheden heeft ontdekt rondom de hiervoor genoemde dwalingsgrond en of, en zo ja op welk moment, [eiser] ASR in 2014 heeft aangemaand in de zin van art. 3:317 BW.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6e87e8d19448b79e87bd538a97204efe780142ecdf546e2930fc07c452dd2e7c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6e87e8d19448b79e87bd538a97204efe780142ecdf546e2930fc07c452dd2e7c, en de alinea staat in dat document op bytes 35861 tot 36522.