Citaat | Hoge Raad 19 maart 2021

Onder 2.1 Hoge Raad 19 maart 2021

Een alinea uit Hoge Raad 19 maart 2021, ECLI:NL:HR:2021:413.

(vii) In 2014 rees bij FNV het vermoeden dat in de verhouding tussen [A], [eiseres] en de werknemers van [eiseres] sprake was van uitzending in de zin van art. 7:690 BW en art. 1 lid 1, aanhef en onder c, van de Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs (hierna: Waadi). Indien daarvan sprake is, moet [eiseres] op grond van art. 8 Waadi en (art. 19 van) de algemeen verbindend verklaarde Cao voor Uitzendkrachten (hierna: ABU Cao) haar werknemers hetzelfde loon betalen als [A] aan haar werknemers betaalt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bd8ecdab3c88c3c30e9950ec758a4227e0b16bc763472a2be4c15fb7384c4034. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bd8ecdab3c88c3c30e9950ec758a4227e0b16bc763472a2be4c15fb7384c4034, en de alinea staat in dat document op bytes 9278 tot 9806.