Citaat | Hoge Raad 19 maart 2021
Onder 3.3.1 Hoge Raad 19 maart 2021
Een alinea uit Hoge Raad 19 maart 2021, ECLI:NL:HR:2021:413.
Onderdeel 5 klaagt onder meer dat het hof [eiseres] ongeclausuleerd heeft veroordeeld tot het maken van loonberekeningen, het verrichten van nabetalingen en het overleggen van deugdelijke salarisspecificaties aan haar (ex-)werknemers. Volgens de klacht heeft het hof daarmee miskend dat een vordering zoals door FNV ingesteld alleen betrekking kan hebben op (ex-)werknemers die daarop aanspraak kunnen en willen maken. Blijkens de arresten van de Hoge Raad van 19 december 1997 (ECLI:NL:HR:1997:ZC2532) en 22 juni 2018 (ECLI:NL:HR:2018:980) moet een zodanige clausulering tot uitdrukking worden gebracht in het dictum van de uitspraak, telkens wanneer daarin een werkgever op vordering van een vakbond wordt veroordeeld tot het verrichten van een prestatie jegens zijn werknemers, aldus de klacht.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bd8ecdab3c88c3c30e9950ec758a4227e0b16bc763472a2be4c15fb7384c4034. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bd8ecdab3c88c3c30e9950ec758a4227e0b16bc763472a2be4c15fb7384c4034, en de alinea staat in dat document op bytes 16482 tot 17292.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/bd8ecdab3c88c3c30e9950ec758a4227e0b16bc763472a2be4c15fb7384c4034 | shasum -a 256