Citaat | Hoge Raad 26 maart 2021
Onder 3.5.6 Hoge Raad 26 maart 2021
Een alinea uit Hoge Raad 26 maart 2021, ECLI:NL:HR:2021:415.
Artikel 8, lid 3, van de Uitvoeringsregeling BPM kan, gelet op hetgeen hiervoor in 3.5.5 is overwogen, een belemmering zijn om voor een dergelijk motorrijtuig de verschuldigde bpm te voldoen vóórdat de essentiële gebreken daaraan zijn hersteld. Een dergelijke uitwerking van deze bepaling is echter niet disproportioneel, omdat (i) de Wet BPM beoogt om bpm te heffen ter zake van de registratie van motorrijtuigen die geschikt zijn om te worden toegelaten op de weg in Nederland, (ii) de belastingplichtige een (ingeschreven) motorrijtuig met essentiële gebreken niet mag gebruiken op de weg voordat die essentiële gebreken zijn hersteld, en (iii) de belastingplichtige het in eigen macht heeft om de essentiële gebreken te herstellen, en het daarmee ook in zijn macht heeft om het tijdstip te bepalen waarop hij het motorrijtuig zal (inschrijven en) tenaamstellen en naar aanleiding daarvan de verschuldigde bpm zal voldoen waarbij de in artikel 10 van de Wet BPM bedoelde vermindering in aanmerking kan worden genomen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/370defaaf09f2a24744de135a601e3b070ff564e38699d9d22c52c5e58fdec64. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 370defaaf09f2a24744de135a601e3b070ff564e38699d9d22c52c5e58fdec64, en de alinea staat in dat document op bytes 28429 tot 29469.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/370defaaf09f2a24744de135a601e3b070ff564e38699d9d22c52c5e58fdec64 | shasum -a 256