Citaat | Hoge Raad 9 april 2021

Onder 3.1.2 Hoge Raad 9 april 2021

Een alinea uit Hoge Raad 9 april 2021, ECLI:NL:HR:2021:539.

Zoals de Hoge Raad eerder – na het tussenvonnis van het hof in deze zaak – ten aanzien van het Arubaanse invorderingsrecht heeft geoordeeld , geldt ook voor het land Sint Maarten dat zijn invorderingsrecht niet een regel kent als voor Nederland is neergelegd in art. 3 lid 2 Invorderingswet 1990, inhoudende dat in alle rechtsgedingen voortvloeiende uit de uitoefening van zijn taak de Ontvanger als zodanig in rechte optreedt, uit welke bepaling een exclusieve procesbevoegdheid voor de Ontvanger voortvloeit, met uitsluiting dus van de Staat. Bij gebreke van een met art. 3 lid 2 Invorderingswet 1990 vergelijkbare wetsbepaling in Sint Maarten kan een exclusieve procesbevoegdheid van de Ontvanger niet worden aangenomen. Het onderdeel is dus gegrond.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c054849d83afefb6486b25833600e74c30fa1fc3b544c692b39a9d9fba8e952c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c054849d83afefb6486b25833600e74c30fa1fc3b544c692b39a9d9fba8e952c, en de alinea staat in dat document op bytes 11462 tot 12296.