Citaat | Hoge Raad 20 april 2021
Onder 3.3 Hoge Raad 20 april 2021
Een alinea uit Hoge Raad 20 april 2021, ECLI:NL:HR:2021:576.
Het hof heeft het verzoek tot het horen van [aangever] en [betrokkene 1] als getuigen afgewezen omdat, gelet op de onderbouwing van dat verzoek en het tijdsverloop sinds de pleegdatum van het tenlastegelegde feit, het horen van deze getuigen niet noodzakelijk is. Dit oordeel is niet zonder meer begrijpelijk, omdat aan dat verzoek ten grondslag is gelegd dat de strekking van de eerder door [aangever] en [betrokkene 1] afgelegde en in het dossier gevoegde verklaringen belastend is voor de verdachte en dat de verdachte de juistheid van de waarneming van de tenlastegelegde gedraging van de verdachte door die getuigen (om meerdere redenen) betwist. De Hoge Raad neemt hierbij in aanmerking dat het hof de bewezenverklaring heeft aangenomen op grond van uitsluitend de door de verdachte betwiste verklaringen van [aangever] en [betrokkene 1] zonder dat de verdediging deze getuigen heeft kunnen ondervragen, terwijl het hof geen blijk ervan heeft gegeven te hebben nagegaan, op de hiervoor onder 2.12 weergegeven wijze, of de procedure in haar geheel voldoet aan het door artikel 6 EVRM gewaarborgde recht op een eerlijk proces.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fe813f9781a65f1a6b6224fe6b8503a32d609acfa90b526bbc8225d7928292fe. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fe813f9781a65f1a6b6224fe6b8503a32d609acfa90b526bbc8225d7928292fe, en de alinea staat in dat document op bytes 82534 tot 83678.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/fe813f9781a65f1a6b6224fe6b8503a32d609acfa90b526bbc8225d7928292fe | shasum -a 256