Citaat | Hoge Raad 16 april 2021
Onder 2.4 Hoge Raad 16 april 2021
Een alinea uit Hoge Raad 16 april 2021, ECLI:NL:HR:2021:596.
De werknemer wist dat [verweerster] een verklaring wilde omtrent zijn afwezigheid en dat hij dus bereikbaar moest blijven. Hij mocht er niet van uitgaan dat hij met het opsturen van de foto van het vliegticket en de doktersverklaring inderdaad de gevraagde opheldering had verschaft. Voor zover de werknemer de e-mail van 24 augustus 2018 waarin [verweerster] hem een laatste termijn geeft om opheldering te verschaffen, pas heeft gelezen nadat hij al op staande voet was ontslagen, komt dit dus voor zijn risico. (rov. 3.15)
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e842e12b58dd0261be8c1630b30309d635f2656baca74c671359bbb06f3b1830. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e842e12b58dd0261be8c1630b30309d635f2656baca74c671359bbb06f3b1830, en de alinea staat in dat document op bytes 15498 tot 16036.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/e842e12b58dd0261be8c1630b30309d635f2656baca74c671359bbb06f3b1830 | shasum -a 256