Citaat | Hoge Raad 16 april 2021

Onder 3.1.3 Hoge Raad 16 april 2021

Een alinea uit Hoge Raad 16 april 2021, ECLI:NL:HR:2021:596.

Het hof is bij zijn oordeel dat de werknemer op 20 augustus 2018 op zijn thuisadres althans in de nabijheid daarvan had moeten zijn, voorbijgegaan aan de stelling van de werknemer dat [verweerster] de verlofaanvraag niet had mogen weigeren en heeft in het midden gelaten of dit het geval was. Aldus heeft het hof miskend dat het antwoord op de vraag of [verweerster] het verlof had mogen weigeren, relevant is voor de beoordeling van de aard en de ernst van de afwezigheid van de werknemer op 20 augustus 2018, en heeft het verzuimd deze omstandigheid te betrekken in zijn oordeelsvorming of sprake is van een dringende reden. De daarop gerichte klacht slaagt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e842e12b58dd0261be8c1630b30309d635f2656baca74c671359bbb06f3b1830. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e842e12b58dd0261be8c1630b30309d635f2656baca74c671359bbb06f3b1830, en de alinea staat in dat document op bytes 21642 tot 22323.