Citaat | Hoge Raad 20 april 2021

Onder 2.2 Hoge Raad 20 april 2021

Een alinea uit Hoge Raad 20 april 2021, ECLI:NL:HR:2021:633.

Van mij heeft hij de kennis nodig om in te breken. Vaak gaat het om de positie van het huis, ik bedoel de ligging, danwel ligt het uit het zicht. Zijn er buren. Zijn de mensen thuis, ligt er daadwerkelijk geld enz. Is het mogelijk om er bijvoorbeeld aan de achterzijde bij te komen. [aanvrager] zei dan ook wel dat er een wapen meegenomen moest worden. Mocht er iemand aangetroffen worden in de woning dan zei [aanvrager] ... (Opmerking verbalisanten: [medeverdachte 5] maakt een beweging met zijn hand alsof hij een vuurwapen afdrukt)

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/97ffe064930e23d0cb57aa238a13f5d673041db0691b5a7528be81f0a006c44c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 97ffe064930e23d0cb57aa238a13f5d673041db0691b5a7528be81f0a006c44c, en de alinea staat in dat document op bytes 55172 tot 55720.