Citaat | Hoge Raad 23 april 2021
Onder 2.3.1 Hoge Raad 23 april 2021
Een alinea uit Hoge Raad 23 april 2021, ECLI:NL:HR:2021:641.
Op grond van art. 9 lid 1 tot en met 3 UMVo en art. 2.20 lid 2 en 3 (voorheen lid 1 en 2) BVIE heeft de merkhouder het uitsluitend recht zich te verzetten tegen – onder meer – het zonder zijn toestemming aanbieden, in de handel brengen of daartoe in voorraad hebben van waren, het invoeren of uitvoeren van waren onder het teken en het gebruik van het teken in stukken voor zakelijk gebruik en in advertenties. Art. 15 UMVo (voorheen art. 13 GMVo ), respectievelijk art. 2.23 lid 3 BVIE, bevat een uitzondering op deze regel. Deze artikelen bepalen dat het recht van de merkhouder is uitgeput wanneer de waren door de merkhouder of met diens toestemming in de EER in de handel zijn gebracht. Blijkens de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: HvJEU) heeft de merkhouder (nu de Gemeenschaps-/Uniewetgever heeft gekozen voor “Europese uitputting”) het recht de eerste verhandeling van de van het merk voorziene waren in de EER te controleren en doet iedere handeling die de merkhouder belet gebruik te maken van zijn recht om die eerste verhandeling te controleren, afbreuk aan de wezenlijke (herkomst)functie van het merk. Vergelijk HvJEU 16 juli 2015, zaak C-379/14, ECLI:EU:C:2015:497 (Top Logistics) en 25 juli 2018, zaak C-129/17, ECLI:EU:C:2018:594 (Mitsubishi/Duma).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/facf45a877a78d153314db404e8135a0b5f4f67dd8558de7ea27489ff95a2d60. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt facf45a877a78d153314db404e8135a0b5f4f67dd8558de7ea27489ff95a2d60, en de alinea staat in dat document op bytes 13862 tot 15385.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/facf45a877a78d153314db404e8135a0b5f4f67dd8558de7ea27489ff95a2d60 | shasum -a 256