Citaat | Hoge Raad 23 april 2021

Onder 3.1 Hoge Raad 23 april 2021

Een alinea uit Hoge Raad 23 april 2021, ECLI:NL:HR:2021:641.

De onderdelen 1 tot en met 3 van het middel in het principale beroep richten zich tegen de rov. 5.2, 5.7 en 5.8 en klagen dat het hof ten onrechte heeft geoordeeld dat Hennessy c.s. de in beslag genomen Hennessy-producten in de EER in de handel hebben gebracht, waardoor de merkrechten van Hennessy c.s. met betrekking tot deze producten zijn uitgeput. De onderdelen klagen in de kern dat het hof heeft miskend dat het oogmerk van de verkoop en het kunnen realiseren van de ‘EER-waarde’, bepalen of sprake is van in de handel brengen. Aangezien Hennessy c.s. bij de verkoop van de producten aan [D] en [E] het oogmerk hadden dat de producten buiten de EER in de handel zouden worden gebracht, hetgeen onder meer blijkt uit het feit dat [D] en [E] buiten de EER gevestigd zijn, getuigt het oordeel van het hof van een onjuiste rechtsopvatting, althans is het onbegrijpelijk, aldus de onderdelen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/facf45a877a78d153314db404e8135a0b5f4f67dd8558de7ea27489ff95a2d60. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt facf45a877a78d153314db404e8135a0b5f4f67dd8558de7ea27489ff95a2d60, en de alinea staat in dat document op bytes 27422 tot 28357.