Citaat | Hoge Raad 18 juni 2021
Onder 2.7.3 Hoge Raad 18 juni 2021
Een alinea uit Hoge Raad 18 juni 2021, ECLI:NL:HR:2021:950.
De rechtspraak van de Hoge Raad houdt in dat het van de aard en strekking van de voorliggende procedure afhangt welke personen daarbij als belanghebbende in de zin van art. 798 lid 2 Rv moeten worden aangemerkt. Zo is in 2002 en 2014 ten aanzien van onderbewindstelling geoordeeld dat een machtigingsprocedure als bedoeld in de art. 1:438 lid 2 BW en 1:441 lid 2 BW niet kan worden aangemerkt als een ‘zaak van onderbewindstelling’ als bedoeld in art. 798 lid 2 Rv, nu het bij zodanige machtiging om een beperkte regeling gaat, waarbij slechts de rechthebbende en de bewindvoerder zijn betrokken, zodat de in art. 798 lid 2 Rv opgenomen uitbreiding van de kring van belanghebbenden niet in overeenstemming is met de aard en strekking van een dergelijke procedure.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4db9ced2eaffe76ec40976a09fab5ee72368f30da048dd5465d01171eb2a8609. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4db9ced2eaffe76ec40976a09fab5ee72368f30da048dd5465d01171eb2a8609, en de alinea staat in dat document op bytes 16895 tot 17739.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/4db9ced2eaffe76ec40976a09fab5ee72368f30da048dd5465d01171eb2a8609 | shasum -a 256