Citaat | Hoge Raad 19 januari 2021

Onder 2.4 Hoge Raad 19 januari 2021

Een alinea uit Hoge Raad 19 januari 2021, ECLI:NL:HR:2021:97.

De in rechtsoverweging 2.7.4 van het arrest van de Hoge Raad van 28 mei 2019, ECLI:NL:HR:2019:793 geformuleerde motiveringsverplichting heeft betrekking op het geval waarin de vordering van de benadeelde partij geheel niet-ontvankelijk wordt verklaard op de grond dat de behandeling van de vordering een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert. Anders dan in de toelichting op het cassatiemiddel wordt aangenomen, strekt deze motiveringsverplichting zich niet uit tot een geval als het onderhavige waarin de vordering van de benadeelde partij gedeeltelijk wordt toegewezen en voor het overige niet-ontvankelijk wordt verklaard op de grond dat de behandeling van de vordering een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert. Het cassatiemiddel is in zoverre tevergeefs voorgesteld.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/024e8ace4810a79d1e404ebf001209f4ca7a04d3f70469755ecb69c2a7dfd82d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 024e8ace4810a79d1e404ebf001209f4ca7a04d3f70469755ecb69c2a7dfd82d, en de alinea staat in dat document op bytes 12251 tot 13064.