Citaat | Hoge Raad 16 september 2022
Onder 2.1 Hoge Raad 16 september 2022
Een alinea uit Hoge Raad 16 september 2022, ECLI:NL:HR:2022:1225.
Het Hof heeft vastgesteld dat de redelijke termijn voor beslechting van het geschil in hoger beroep is overschreden. Het Hof heeft echter met verwijzing naar de rechtsoverwegingen 3.13.1 en 3.13.2 van het arrest van de Hoge Raad van 19 februari 2016, ECLI:NL:HR:2016:252, geoordeeld dat geen grond bestaat voor het aan belanghebbende toekennen van een vergoeding van immateriële schade, omdat belanghebbende bij het Hof niet een verzoek heeft gedaan om vergoeding van immateriële schade in hoger beroep. Middel V richt zich tegen dit oordeel en voert aan dat vergoeding van immateriële schade rechtstreeks voortvloeit uit artikel 47 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie (hierna: het Handvest) zodat daarom niet hoeft te worden verzocht.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e24291da028f7fc59a4738cdd3d641fdaefb40cdf4a9ed7271e9d968ca4fd254. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e24291da028f7fc59a4738cdd3d641fdaefb40cdf4a9ed7271e9d968ca4fd254, en de alinea staat in dat document op bytes 6698 tot 7484.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/e24291da028f7fc59a4738cdd3d641fdaefb40cdf4a9ed7271e9d968ca4fd254 | shasum -a 256