Citaat | Hoge Raad 14 januari 2022

Onder 3.2.3 Hoge Raad 14 januari 2022

Een alinea uit Hoge Raad 14 januari 2022, ECLI:NL:HR:2022:13.

Art. 23 Wet Bpf 2000 bepaalt in welke gevallen een bestuurder van een rechtspersoon hoofdelijk aansprakelijk is voor de deelnemingsbijdragen die de rechtspersoon verschuldigd is aan een bedrijfstakpensioenfonds. Uit de parlementaire geschiedenis van de voorganger van art. 23 Wet Bpf 2000 kan worden afgeleid dat de wetgever is uitgegaan van de toepasselijkheid van de regels over hoofdelijkheid in afdeling 6.1.2 BW. Blijkens de totstandkomingsgeschiedenis van deze afdeling zijn de vorderingsrechten van de schuldeiser jegens de hoofdelijke schuldenaren zelfstandig, tenzij uit de wet het tegendeel voortvloeit. De zelfstandigheid van vorderingsrechten betekent onder meer dat verjaring of verval van het vorderingsrecht jegens de ene hoofdelijke schuldenaar niet verjaring of verval van het vorderingsrecht jegens de andere hoofdelijke schuldenaar meebrengt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6ed4fe1f2e5f63b80992e17a0450e8fb85bc38aa596633db41ba7723044ac3fe. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6ed4fe1f2e5f63b80992e17a0450e8fb85bc38aa596633db41ba7723044ac3fe, en de alinea staat in dat document op bytes 13620 tot 14686.