Citaat | Hoge Raad 8 februari 2022

Onder 2.2.2 Hoge Raad 8 februari 2022

Een alinea uit Hoge Raad 8 februari 2022, ECLI:NL:HR:2022:147.

En hier wenst [betrokkene ] ook nog op te merken dat uit dat onderzoek bijv. niet is gebleken dat [betrokkene ] grote contante bedragen heeft opgenomen bij banken. De FIOD heeft namelijk verzuimd bij de Postbank in Rotterdam en Delft waar contante geldopnames (aan de balie) zijn gedaan (tijdig) navraag te doen naar de legitimatie die is getoond door degene die geld kwam opnemen. Het is niet aangetoond dat die persoon [betrokkene ] was. Al met al ging het om een bedrag ad € 310.500 (dat ziet op [D] overigens), een zeer aanmerkelijk deel van de in totaal € 958.164. En ook dat wordt allemaal zo maar geheel ten onrechte aan [betrokkene ] toegerekend als door hem behaald voordeel. Niet volgehouden kan worden, gelet op de gemankeerde bewijsvoering op dit onderdeel, dat gebleken is dat [betrokkene ] dit bedrag aan voordeel heeft genoten. Uit het dossier volgt dat niet alleen [betrokkene 1] , maar ook [betrokkene 8] - zie daartoe alle verklaringen van [betrokkene 1] die in het dossier liggen - verbleven in Rotterdam en Delft en direct betrokken waren bij [D] en ook zeggenschap hadden en [betrokkene ] niet. [betrokkene ] had ook geen aandelen, geen zeggenschap over en ook geen bevoegdheden binnen [D] . Volgens [betrokkene 1] was [betrokkene 8] degene die het voor het zeggen had. Er zijn dus geen redenen om het voordeel in de vorm van bij de bank contant opgenomen geldbedragen zonder meer aan [betrokkene ] als daadwerkelijk behaald voordeel toe te rekenen.”

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c03bb992b48b056c39cdbad8be4862b74d4153f76dacf1e99ee7119561ad5c90. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c03bb992b48b056c39cdbad8be4862b74d4153f76dacf1e99ee7119561ad5c90, en de alinea staat in dat document op bytes 14106 tot 15596.