Citaat | Hoge Raad 8 februari 2022
Onder 2.4.3 Hoge Raad 8 februari 2022
Een alinea uit Hoge Raad 8 februari 2022, ECLI:NL:HR:2022:152.
Aan het vorenstaande doet niet af dat het hof tevens in aanmerking heeft genomen dat de verdachte “zowel betrokken is geweest bij de voorbereiding van de verlengde invoer in Nederland – vanuit Antwerpen – als bij de daadwerkelijke invoer, het transport en de uiteindelijke aflevering van de drugs in de loods” waarbij de “voorbereidende handelingen hebben plaatsgevonden vóór de inbeslagname van de cocaïne door de Belgische autoriteiten”. De bewezenverklaring heeft immers betrekking op (het medeplegen van) de voltooide delicten van het binnen het grondgebied van Nederland brengen en het vervoeren van verdovende middelen. Ook de omschrijving in artikel 1 lid 4 Opiumwet van het binnen het grondgebied van Nederland brengen geeft geen aanleiding voor een ander oordeel. Weliswaar omvat het binnen het grondgebied van Nederland brengen onder meer elke op het verder vervoer gerichte handeling, maar daarbij gaat het alleen om de handeling die is gericht op het verder vervoer van middelen die binnen het grondgebied van Nederland “zijn gebracht”.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/63f8367d8a02c1dd4eb4160f2013e58ab7a43f4e126848504d8cf43c308d4659. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 63f8367d8a02c1dd4eb4160f2013e58ab7a43f4e126848504d8cf43c308d4659, en de alinea staat in dat document op bytes 39231 tot 40311.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/63f8367d8a02c1dd4eb4160f2013e58ab7a43f4e126848504d8cf43c308d4659 | shasum -a 256