Citaat | Hoge Raad 25 november 2022

Onder 4.3.2 Hoge Raad 25 november 2022

Een alinea uit Hoge Raad 25 november 2022, ECLI:NL:HR:2022:1739.

Het Besluit van 8 december 2020 , waarbij met ingang van 1 juli 2021 onderdeel B1 van de bijlage bij het Besluit onderscheid is gemaakt in waarden per punt al naar gelang de aard van het voorwerp van geschil, bevat geen overgangsrecht. Gelet op de toelichting op artikel VI van de regeling van de Minister voor Rechtsbescherming van 19 november 2021, nr. 3649830, moet de rechter die na de inwerkingtreding van deze regeling toetst of een lagere rechter de proceskosten juist heeft berekend, die toetsing uitvoeren aan de hand van de tarieven die golden op het moment waarop die lagere rechter zijn beslissing nam. De omstandigheid dat een hof een uitspraak van een rechtbank heeft vernietigd, brengt op zich niet mee dat het hof de terecht en naar de juiste tarieven door die rechtbank toegekende vergoeding van de kosten van door een derde verleende rechtsbijstand moet wijzigen naar de tarieven die gelden ten tijde van de uitspraak van het hof. Dit is slechts anders indien het hof zelf de vergoeding van de kosten van door een derde in een eerdere fase van de procedure verleende rechtsbijstand (opnieuw) moet vaststellen omdat de uitkomst van het hoger beroep meebrengt dat voor de fase van beroep alsnog een vergoeding moet worden gegeven dan wel dat de vergoeding van proceskosten voor de fase van beroep onjuist is berekend.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8fd2bc80a71af835e9d34eaf66ff1bcf0cd542147528ba8f04883a50139ff807. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8fd2bc80a71af835e9d34eaf66ff1bcf0cd542147528ba8f04883a50139ff807, en de alinea staat in dat document op bytes 15359 tot 16909.