Citaat | Hoge Raad 16 december 2022

Onder 4.2.2 Hoge Raad 16 december 2022

Een alinea uit Hoge Raad 16 december 2022, ECLI:NL:HR:2022:1876.

Bij de beoordeling van het tweede middel stelt de Hoge Raad voorop dat het Hof terecht ervan is uitgegaan dat belanghebbende gedurende de periode dat zij niet bestond geen spanning en frustratie kon ondervinden die tot voor vergoeding in aanmerking komende immateriële schade kan hebben geleid. Het Hof heeft verder terecht en niet onbegrijpelijk geoordeeld dat belanghebbende niet bestond in de periode tussen 29 maart 2006 en 24 juli 2019. Het tijdsverloop in deze periode kan bij belanghebbende dan ook geen voor vergoeding in aanmerking komende immateriële schade hebben veroorzaakt. Het tweede middel faalt dus voor zover het de periode tot 24 juli 2019 betreft. Met betrekking tot het tijdsverloop vanaf die datum stelt de Hoge Raad vast dat het in cassatie ingediende verweerschrift de erkenning behelst dat de redelijke termijn met vijf maanden is overschreden. In zoverre treft het tweede middel doel.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2d539e95f5e64e6aab47d171083a08850ac804ac58e40e9f16b249c717a2fa7a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2d539e95f5e64e6aab47d171083a08850ac804ac58e40e9f16b249c717a2fa7a, en de alinea staat in dat document op bytes 15602 tot 16528.