Citaat | Hoge Raad 25 februari 2022
Onder 3.2.4 Hoge Raad 25 februari 2022
Een alinea uit Hoge Raad 25 februari 2022, ECLI:NL:HR:2022:298.
Het hof heeft in rov. 4.4 onbestreden vastgesteld dat [eiser 1] uit de resterende eis in de hoofdzaak in redelijkheid niet mocht concluderen dat Lisman haar eis en beslagvordering niet langer handhaafde of introk. Daarmee heeft het hof kennelijk tot uitdrukking gebracht dat het [eiser 1] duidelijk moet zijn geweest dat de eis van Lisman strekte tot vaststelling dat Lisman daadwerkelijk aanspraak kan maken op betaling van de vordering waarvoor zij ten laste van [eiser 1] beslag had gelegd. In het licht van hetgeen hiervoor in 3.2.3 is overwogen brengt dit mee dat het arrest in de hoofdzaak een executoriale titel oplevert voor de vordering waarvoor Lisman ten laste van [eiser 1] beslag heeft gelegd. Die vordering heeft, gelet op de verjaringstermijn voor de bevoegdheid tot tenuitvoerlegging van rechterlijke uitspraken (art. 3:324 lid 1 BW), haar afdwingbaarheid nog niet verloren.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9be420fa3a5a6c17d4925fd0eb837bb97a1e94a10458359f673f59c2c41cbc43. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9be420fa3a5a6c17d4925fd0eb837bb97a1e94a10458359f673f59c2c41cbc43, en de alinea staat in dat document op bytes 21323 tot 22226.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/9be420fa3a5a6c17d4925fd0eb837bb97a1e94a10458359f673f59c2c41cbc43 | shasum -a 256