Citaat | Hoge Raad 5 april 2022
Onder 2.5.2 Hoge Raad 5 april 2022
Een alinea uit Hoge Raad 5 april 2022, ECLI:NL:HR:2022:366.
Voor zover het cassatiemiddel klaagt over de begrijpelijkheid van het oordeel van het hof dat de verzoeken tot het horen van deze getuigen onvoldoende zijn onderbouwd nu deze getuigen “reeds eerder bij de rechter-commissaris [zijn] gehoord” is het terecht voorgesteld. Zonder nadere vaststellingen over wat in die verhoren aan de orde is geweest dat van belang is voor de ontnemingszaak, kan de enkele omstandigheid dat deze getuigen in de strafzaak al door de rechter-commissaris zijn gehoord niet afdoen aan de onderbouwing van de getuigenverzoeken. Die verzoeken hebben immers betrekking op de omvang van door de betrokkene gemaakte kosten, bestaande uit betalingen aan (onder anderen) deze getuigen. De Hoge Raad neemt hierbij in aanmerking dat uit de omstandigheid dat het hof deze betalingen wel heeft betrokken bij zijn schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel, maar voor een veel geringer bedrag dan namens de betrokkene is aangevoerd, blijkt dat de betrokkene belang had bij zijn verzoeken.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a2d459e2e0db790e90084bdc6dcef1ab696201268fde50235ff46f52ceefd88d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a2d459e2e0db790e90084bdc6dcef1ab696201268fde50235ff46f52ceefd88d, en de alinea staat in dat document op bytes 18841 tot 19869.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/a2d459e2e0db790e90084bdc6dcef1ab696201268fde50235ff46f52ceefd88d | shasum -a 256