Citaat | Hoge Raad 4 februari 2022

Onder 3.3 Hoge Raad 4 februari 2022

Een alinea uit Hoge Raad 4 februari 2022, ECLI:NL:HR:2022:45.

Met zijn hiervoor in 2.2.2 en 2.2.3 weergegeven – toereikend gemotiveerde – oordelen heeft het Hof hetgeen hiervoor in 3.2.1 tot en met 3.2.3 is overwogen, niet miskend. Daaraan staat niet in de weg dat – voorafgaand aan de terpostbezorging van het aanslagbiljet IB/PVV – aangetekend aan het Poolse adres gerichte post onbestelbaar retour was ontvangen. Die omstandigheid brengt niet mee dat de Belastingdienst een fout als hiervoor in 3.2.3 bedoeld heeft gemaakt door bij de bekendmaking van de aanslag IB/PVV door verzending van het aanslagbiljet IB/PVV te volstaan met aangetekende verzending van dat aanslagbiljet aan hetzelfde adres. Dat wordt niet anders indien het Poolse postvervoerbedrijf – zoals belanghebbende stelt – heeft verzuimd om voor deze laatste zending een afhaalbericht op het adres van belanghebbende achter te laten. Ook de omstandigheid dat de Inspecteur na de tijdige terpostbezorging van het correct geadresseerde aanslagbiljet IB/PVV niet heeft onderzocht of dit poststuk ordentelijk op het Poolse adres is aangeboden, doet niet eraan af dat de aanslag IB/PVV met het oog op toepassing van artikel 11, lid 3, AWR tijdig aan belanghebbende bekend is gemaakt. Middel I faalt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/45e1cf5a78164545c0cb699d5d23acf4f9f66d0be0180b7d233d047df47d3d4a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 45e1cf5a78164545c0cb699d5d23acf4f9f66d0be0180b7d233d047df47d3d4a, en de alinea staat in dat document op bytes 13328 tot 14553.