Citaat | Hoge Raad 29 maart 2022
Onder 3.2.3 Hoge Raad 29 maart 2022
Een alinea uit Hoge Raad 29 maart 2022, ECLI:NL:HR:2022:466.
Ten aanzien van de onder 7 ten laste gelegde feiten heeft de verdediging – zakelijk weergegeven – bepleit dat omzetten en overdragen van door eigen misdrijf verkregen geld niet onder alle omstandigheden automatisch kan worden beschouwd als het witwassen van dat geld. Het standpunt van de verdediging komt erop neer dat niet alleen in de gevallen waarin sprake is van ‘verwerven’ en ‘voorhanden hebben’ van crimineel geld, maar ook in het onderhavige geval waarin ‘omzetten door cashgeld over te dragen’ ten laste is gelegd, uit de motivering van de uitspraak moet kunnen worden afgeleid dat de gedragingen van de verdachte gericht zijn geweest op het daadwerkelijk verbergen of verhullen van de criminele herkomst van het geld. In deze zaak is sprake van een bijzonder geval waarin de verdachte hasj heeft gekocht in consignatie en dit moest afrekenen door het geld aan iemand van de ‘groothandel’ te geven. Deze situatie verschilt niet wezenlijk van gevallen waarin een verdachte die een bepaald misdrijf heeft begaan en die daarmee het door dat misdrijf verkregen voorwerp verwerft of voorhanden heeft, zich automatisch ook schuldig zou maken aan het witwassen van die voorwerpen. Er is in dit geval geen sprake van het daadwerkelijk verbergen of verhullen, aldus de raadsman van de verdachte.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c0e2df391db4aedb89d7f4d08696ce4c56bb098899ae67d1db67011b6c2aedbc. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c0e2df391db4aedb89d7f4d08696ce4c56bb098899ae67d1db67011b6c2aedbc, en de alinea staat in dat document op bytes 47415 tot 48745.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/c0e2df391db4aedb89d7f4d08696ce4c56bb098899ae67d1db67011b6c2aedbc | shasum -a 256