Citaat | Hoge Raad 29 maart 2022

Onder 2.4.2 Hoge Raad 29 maart 2022

Een alinea uit Hoge Raad 29 maart 2022, ECLI:NL:HR:2022:466.

Ter onderbouwing van de klacht wordt in de schriftuur onder meer naar voren gebracht dat het hof bij de afwijzing van de verzoeken de onder 2.1 genoemde getuigen te horen op de grond dat het niet aannemelijk is dat de getuigen binnen een aanvaardbare termijn in het bijzijn van de verdediging en met gelegenheid tot het stellen van vragen kunnen worden gehoord, niet blijk heeft gegeven van een belangenafweging, zoals vereist op grond van artikel 288 lid 1, aanhef en onder a, Sv. Daarbij wordt gewezen op de memorie van toelichting bij het wetsvoorstel dat heeft geleid tot – de voorganger van – die bepaling, waarin het volgende is opgemerkt:

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c0e2df391db4aedb89d7f4d08696ce4c56bb098899ae67d1db67011b6c2aedbc. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c0e2df391db4aedb89d7f4d08696ce4c56bb098899ae67d1db67011b6c2aedbc, en de alinea staat in dat document op bytes 22841 tot 23504.