Citaat | Hoge Raad 29 maart 2022

Onder 2.4.6 Hoge Raad 29 maart 2022

Een alinea uit Hoge Raad 29 maart 2022, ECLI:NL:HR:2022:466.

Als de rechter een door een getuige al afgelegde belastende verklaring voor het bewijs wil gebruiken, terwijl de verdediging ondanks het nodige initiatief niet het ondervragingsrecht heeft kunnen uitoefenen, moet de rechter nagaan of de procedure in haar geheel voldoet aan het door artikel 6 EVRM gewaarborgde recht op een eerlijk proces. Van belang hierbij zijn, naast (i) het bestaan van een goede reden dat het ondervragingsrecht niet kan worden uitgeoefend, (ii) het gewicht van de verklaring van de getuige, binnen het geheel van de resultaten van het strafvorderlijke onderzoek, voor de bewezenverklaring van het feit, en (iii) het bestaan van compenserende factoren, waaronder ook procedurele waarborgen, die compensatie bieden voor het ontbreken van een ondervragings-gelegenheid. (Vgl. HR 20 april 2021, ECLI:NL:HR:2021:576, rechtsoverweging 2.12.2.)

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c0e2df391db4aedb89d7f4d08696ce4c56bb098899ae67d1db67011b6c2aedbc. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c0e2df391db4aedb89d7f4d08696ce4c56bb098899ae67d1db67011b6c2aedbc, en de alinea staat in dat document op bytes 29469 tot 30342.