Citaat | Hoge Raad 5 april 2022

Onder 4.2 Hoge Raad 5 april 2022

Een alinea uit Hoge Raad 5 april 2022, ECLI:NL:HR:2022:477.

“6.13.1 Op grond van de rechtspraak van het Hof van Justitie (...) komt de Hoge Raad tot het oordeel dat de regeling van de in het Wetboek van Strafvordering neergelegde bevoegdheden tot het vorderen van verkeers- en locatiegegevens, niet in overeenstemming is met de eisen die Richtlijn 2002/58/EG stelt, als de toepassing van de betreffende bevoegdheid met zich brengt dat sprake is van een ernstige inmenging in het recht op bescherming van het privéleven en de beslissing tot de toepassing van die bevoegdheid wordt genomen door de officier van justitie. Vereist is dan – behalve in spoedeisende gevallen – dat “voorafgaand toezicht door een rechterlijke instantie of door een onafhankelijke bestuurlijke entiteit” plaatsvindt. Dat toezicht kan niet worden uitgeoefend door een openbaar aanklager en dus niet door de officier van justitie. Dit voorafgaande toezicht is niet vereist wanneer het uitsluitend gaat om het verlenen van toegang tot gegevens aan de hand waarvan de betrokken gebruiker kan worden geïdentificeerd, zonder dat de gegevens in verband kunnen worden gebracht met informatie over de tot stand gebrachte communicatie.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/799d6a7d281711f3e31ce35df672b1259d99b9dac340a5463b2dd239dc226c2a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 799d6a7d281711f3e31ce35df672b1259d99b9dac340a5463b2dd239dc226c2a, en de alinea staat in dat document op bytes 12815 tot 13980.