Citaat | Hoge Raad 19 april 2022
Onder 2.4 Hoge Raad 19 april 2022
Een alinea uit Hoge Raad 19 april 2022, ECLI:NL:HR:2022:498.
Het hof overweegt dat de getuige [betrokkene] in het politieonderzoek heeft verklaard dat hij twee mannen heeft gezien bij de plaats delict op de Posbank. Hij heeft van hen algemene en weinig onderscheidende signalementen gegeven. Geen van de signalementen van de beide mannen zal door het hof tot het bewijs gebezigd worden. De door een op de terechtzitting in eerste aanleg aanwezige journalist opgetekende herkenning door deze getuige van de (destijds) medeverdachte [betrokkene 2] - 14 jaar na de dood van [slachtoffer 2] op de Posbank - leidt niet tot noodzaak thans deze getuige te vragen of hij de verdachte herkent. Het hof acht verder de door de getuige opgegeven signalementen dermate vaag en soms onderling tegenstrijdig dat de beantwoording van de vraag of hij de verdachte ter terechtzitting in eerste aanleg al dan niet heeft herkend of thans na 18 jaar al dan niet herkent irrelevant is. De verdediging is door het niet horen van [betrokkene] niet in haar belangen geschaad. Vragen over de totstandkoming van een compositietekening zijn dermate vaag dat het hof daartoe gelet op de onderbouwing geen noodzaak ziet.”
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3950d2b04399da7a86dd1eafa1d2b542257eeb5842042e24281d51d7166817c9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3950d2b04399da7a86dd1eafa1d2b542257eeb5842042e24281d51d7166817c9, en de alinea staat in dat document op bytes 40121 tot 41266.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/3950d2b04399da7a86dd1eafa1d2b542257eeb5842042e24281d51d7166817c9 | shasum -a 256