Citaat | Hoge Raad 8 april 2022
Onder 3.1 Hoge Raad 8 april 2022
Een alinea uit Hoge Raad 8 april 2022, ECLI:NL:HR:2022:526.
Het Hof heeft geoordeeld dat de Inspecteur terecht aan belanghebbende op grond van artikel 67e, lid 1, AWR een vergrijpboete heeft opgelegd. Aan dit oordeel heeft het Hof ten grondslag gelegd dat de Inspecteur aannemelijk heeft gemaakt dat belanghebbende op het moment van het doen van de aangifte heeft gehandeld met voorwaardelijk opzet gericht op het doen van een onjuiste aangifte. Hierin ligt de opvatting besloten dat het bewijs met betrekking tot opzet als bestanddeel van een beboetbaar feit is geleverd als de daarvoor vereiste feiten en omstandigheden aannemelijk zijn geworden.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/aa16ca44f60d0a4d2a839b561a38bc59a8d66553a7ac236306b49b34a242bb75. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt aa16ca44f60d0a4d2a839b561a38bc59a8d66553a7ac236306b49b34a242bb75, en de alinea staat in dat document op bytes 7421 tot 8023.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/aa16ca44f60d0a4d2a839b561a38bc59a8d66553a7ac236306b49b34a242bb75 | shasum -a 256